ISO (International Organisation for Standardisation)
![]() |
ISO is een onafhankelijke, niet-gouvernementele internationale organisatie die 167 nationale normalisatie-instanties vertegenwoordigt. Het centraal secretariaat bevindt zich in Genève, Zwitserland. Via haar leden brengt zij deskundigen bijeen om kennis uit te wisselen en vrijwillige, op consensus gebaseerde, marktrelevante internationale normen te ontwikkelen die innovatie ondersteunen en oplossingen bieden voor mondiale uitdagingen. Zie ook: EU |
ISO (International Organisation for Standardisation)
![]() |
De IEC (Internationale Elektrotechnische Commissie), opgericht in 1906, is 's werelds belangrijkste organisatie voor de voorbereiding en publicatie van internationale normen voor alle elektrische, elektronische en aanverwante technologieën. Deze staan gezamenlijk bekend als "elektrotechniek". Samengesteld uit meer dan 60 Nationale Comités (waaronder het BEC voor België) van de geïndustrialiseerde landen van de wereld, heeft het IEC tot taak de internationale samenwerking te bevorderen op het gebied van normalisatie en aanverwante aspecten, zoals conformiteit met de normen, op het gebied van de elektrotechniek, elektronica en aanverwante technologieën. Het IEC zorgt voor de opstelling en de publicatie van de internationale normen in deze domeinen; dit gebeurt in het bijzonder in samenwerking met de ISO (International Organisation for Standardization), de ITU (International Telecommunication Union) en CENELEC. Zie ook: NBN |
CIE (Commission International de l’éclairage)
![]() |
De Commission Internationale de l'Éclairage (CIE), internationaal meer bekend als International Commission on Illumination, is de internationale autoriteit op het gebied van licht, lichtbronnen, kleur en kleurruimte. De CIE heeft als doelstelling het voorbereiden en publiceren van de internationale normen inzake verlichting. Zie ook: BIV |
Openbare verlichting in België
In België zijn er verschillende niveaus voor het beheer van de openbare verlichting:
![]() |
Federaal en regionaal niveau: de openbare verlichting behoort tot de bevoegdheid van de gewesten (Vlaams Gewest, Brussel-Mobiliteit en SPW) Aantal verlichtingspunten: 289.000 (13%) |
![]() |
Gemeentelijk niveau: de openbare verlichting wordt beheerd door de netbeheerders, leden van Synergrid Aantal verlichtingspunten: 1,914 miljoen (86%) |
![]() |
Op kleinere schaal zorgen bepaalde parastatale instanties (Regie der Gebouwen, Leefmilieu Brussel, enz.) ook voor het beheer van de openbare verlichting. (<1%) |
![]() |
De rol van SynergridBinnen Synergrid komen de distributienetbeheerders (DNB's) samen in de Commissie 4 (CE4), soms in samenwerking met de Gewesten. Dit overlegplatform biedt de mogelijkheid om gezamenlijke onderzoeksprojecten te realiseren, technische specificaties op te stellen en materiaal te homologeren. Dit moet de efficiëntie, duurzaamheid en innovatie van het openbaar verlichtingssysteem in België bevorderen. Deze commissie werkt intensief samen met de CE4_005 werkgroep, die zich richt op de homologatie van openbare verlichting. Zij is ook belast met het opstellen van een driejaarlijkse inventaris van de openbare verlichting in België. Deze inventarisatie verzamelt technische gegevens van de netbeheerders en de gewesten. Bepaalde gegevens zijn terug te vinden op deze pagina.De laatste inventaris dateert van eind 2023, in 2027 volgt een nieuwe. |
Evolutie van het openbare verlichtingspark in België
Vóór de jaren 1990 waren hogedruk- (HgHP) en lagedruk- (HgLP) kwiklampen de meest voorkomende verlichtingstoestellen in België. Hoewel ze destijds voordelig waren, hadden ze een lage lichtopbrengst. Ook de giftigheid van kwik heeft ervoor gezorgd dat de netbeheerders deze technologie geleidelijk hebben stopgezet.
Deze werden vervolgens vervangen door hogedruk-natriumlampen (NaHP) en lagedruk-natriumlampen (NaLP), waarvan het aantal in de jaren negentig dat van kwiklampen overtrof.
In 1999 deed een nieuwe technologie zijn intrede in België: metaalhalogenide lampen (MHHP).
De LED-technologie, met name krachtige witte LED's, die essentieel zijn voor openbare verlichting, kwam begin jaren 2000 op. LED's werden echter pas vanaf 2010 echt interessant. Van 2015 tot 2017 zijn LED's populairder geworden door een verbeterde prijs, een hogere lichtopbrengst (meer dan 120 lm/W) en een aanzienlijk langere levensduur.

LEDificatie van het Belgische verlichtingspark
Energie-uitdagingenEen van de belangrijkste voordelen van LED-lampen is hun energie-efficiëntie. LED-lampen verbruiken aanzienlijk minder dan klassieke lampen. Een LED-lamp verbruikt tot zes keer minder dan een halogeenlamp. Dit lagere verbruik zorgt voor aanzienlijke energiebesparingen op het elektriciteitsnet. Van 2020 tot 2023 was er een stijging van 57% van het aantal LED-lampen binnen het Belgische openbare verlichtingspark, terwijl het energieverbruik van de Belgische openbare verlichting met 31% is verminderd. Bovendien kunnen LED-lampen worden gedimd, wat ook verder kan bijdragen aan een lager energieverbruik |
Economische uitdagingenLED-verlichting zorgt niet alleen voor een lagere energierekening voor de netbeheerders, maar door hun lange levensduur ook voor lagere onderhoudskosten (minder vervangingen, minder technische interventies). Op lange termijn is de overstap naar LED dus een economisch duurzame keuze. |

Ecologische uitdagingen
Als het toestel zich op een federale weg bevindt (zoals een autosnelweg), valt het onder de verantwoordelijkheid van de gewesten (Vlaams Gewest, Brussel-Mobiliteit en SPW). Gemeentelijke straatverlichting wordt beheerd door de gemeentelijke netbeheerder. Vind de elektriciteitsnetbeheerder in je gemeente via volgende link.
FAQ
-
Hoe verloopt de homologatie van openbare verlichtingstoestellen?
Verlichtingstoestellen voor openbare verlichting worden gehomologeerd door de commissie CE4_005. De te volgen stappen zijn te vinden op de pagina homologatie voor openbare verlichting .
-
Wat is de gemiddelde levensduur van een LED-toestel?
Een LED-straatverlichtingstoestel heeft een verwachte levensduur van 50.000 tot 100.000 bedrijfsuren, afhankelijk van de kwaliteit van het materiaal en de gebruiksomstandigheden (temperatuur, vochtigheid, aan/uit-cycli, enz.).
Dat komt neer op 12 tot 25 jaar gebruiksduur voor straatverlichting, aangezien straatlantaarns in België gemiddeld slechts 4.000 tot 4.500 uur per jaar branden. -
Wat is slimme openbare verlichting (“smart lighting”)?
Verlichtingssysteem dat niet langer alleen statisch ‘aan of uit’ staat, maar dat geconnecteerd, programmeerbaar en aanpasbaar is.
Het combineert hedendaagse verlichtingstoestellen (vaak LED), met sensoren, communicatietechnologieën en desgevallend met artificiële intelligentie.
-
Welke partij is verantwoordelijk voor welk toestel ?
Als het toestel zich op een federale weg bevindt (zoals een autosnelweg), valt het onder de verantwoordelijkheid van de gewesten (Vlaams Gewest, Brussel-Mobiliteit en SPW). Gemeentelijke straatverlichting wordt beheerd door de gemeentelijke netbeheerder. Vind de elektriciteitsnetbeheerder in je gemeente via
-
Zijn er Belgische normen ter bestrijding van lichtvervuiling?
Tot nu toe is er geen uniforme federale wet die algemene normen voor lichtvervuiling voor het hele grondgebied vastlegt. De bestaande maatregelen zijn ofwel regionaal of lokaal en worden toegepast in functie van de gemeente (stedelijk, kwetsbaar of natuurgebied) of voor specifieke projecten. Er zijn wel verschillende voorschriften, initiatieven en normen in België die tot doel hebben lichtvervuiling te beperken of op zijn minst de effecten ervan te milderen:
Het Plan Lumières 4.0 (Wallonië)
Het verminderen of uitschakelen van de straatverlichting 's nachts.
Toepassing van Europese normen voor optische emissies (fotobiologische risico's)
Algemene politievoorschriften inzake reclame & lichtreclame
Plug&Play toestellen – informatie voor de gebruiker
Wat zijn Plug&Play toestellen?
Plug&Play toestellen zijn voornamelijk kleine compacte en mobiele toestellen die elektriciteit produceren of opslaan en die eventueel elektriciteit op het distributienet kunnen zetten door de stekker in het stopcontact te pluggen.
Voorwaarde voor gebruik: C10/26-homologatie
Gezien deze toestellen parallel met het Belgische distributienet kunnen werken of er technisch toe in staat zijn, moeten ze conform zijn met het technisch voorschrift C10/11 ed. 2.4.
![]() |
Deze conformiteit wordt door de fabrikant of invoerder aangetoond bij Synergrid via de C10/26-typehomologatie. Meer details over het homologatieproces vindt u op de webpagina Decentrale productie-eenheden. Sinds 17.04.2025 mogen Plug&Play toestellen ook in België aangesloten worden, op voorwaarde dat ze gehomologeerd zijn bij Synergrid. |
Plug&Play lijst met gehomologeerde toestellen
Ce C10/26 type-homologatie is vereist voor alle soorten productie-eenheden (omvormers voor zonnepanelen en/of batterijen, dieselgroepen, bi-directionele laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, WKK-installaties, windmolens,...). De lijst C10/26 met gehomologeerde productie-eenheden bevat daardoor honderden eenheden, waaronder ook Plug&Play eenheden.
Voor de eenvoud werd daarom een aparte Plug&Play lijstgepubliceerd met daarop enkel de plug&play toestellen, en bijkomende informatie en aandachtspunten voor de gebruikers.
Het gaat om eenheden van verschillende fabrikanten, met vermogens vanaf 300 W. Er zijn eenheden voor zonnepanelen, voor batterijen, en hybride systemen.
In de FAQ hieronder vindt u de antwoorden op de meest voorkomende vragen.
FAQ – Meest gestelde vragen
Hebt u een vraag? Consulteer de antwoorden hieronder. Komt uw vraag niet voor, stuur dan een e-mail met uw vraag naar
-
01. Wat zijn ‘Plug&Play’ toestellen?
- ‘Plug&Play’ toestellen zijn kleine compacte en mobiele toestellen die elektriciteit produceren en die eventueel elektriciteit op het distributienet kunnen zetten door de stekker in het stopcontact te pluggen.
- Voorbeelden: balkonzonnepaneeltoestellen en kleine mobiele batterijen met een huishoudelijke stekker, maar ook batterijen voor elektrische voertuigen die in twee richtingen kunnen laden (“on board chargers”), mobiele generatoren voor werven en evenementen.
-
02. Wat zijn de voordelen van ‘Plug&Play’ toestellen?
De ‘Plug&Play’ toestellen laten toe aan de gebruikers om zelf hun eigen elektriciteit te produceren op een eenvoudige en flexibele manier. Ze kunnen eenvoudig worden ingeplugd en verwijderd, wat ze uiterst geschikt maken voor huishoudelijk gebruik.
-
03. Waar kan ik de ‘Plug&Play’ toestellen kopen?
De mobiele zonnepanelen en andere ‘Plug&Play’ toestellen kunnen eenvoudigweg via o.a. commerciële websites en doe-het-zelf zaken worden aangeschaft.
-
04. Sinds wanneer mag ik ‘Plug&Play’ toestellen plaatsen?
Sinds 17 april 2025 mogen ‘Plug&Play’ toestellen in het stopcontact worden geplugd, op voorwaarde dat ze een CE-markering dragen (toont aan dat het toestel geëvalueerd werd en beantwoordt aan de Europese normen rond veiligheid, gezondheid en bescherming van het leefmilieu) en gehomologeerd* zijn door Synergrid, de sectororganisatie van de netbeheerders (Fluvius, Sibelga, Ores, Resa, AIEG, AIESH en REW).
*https://www.synergrid.be/images/downloads/Synergrid_Plug-and-play_lijst-liste_NL-FR.pdf
-
05. Wat is een homologatie en waarvoor dient het?
- De homologatie is een proces uitgevoerd door Synergrid, de sectororganisatie van de netbeheerders (Fluvius, Sibelga, Ores, Resa, AIEG, AIESH en REW), om na te gaan of de aangeboden ‘Plug&Play’ toestellen voldoen aan de technische voorschriften (C10/11) van de distributienetbeheerders om de veiligheid en stabiliteit van het distributienet te waarborgen.
- Het homologatieproces is verplicht voor ‘Plug&Play’ in België.
-
06. Welke toestellen zijn gehomologeerd? Waar vind ik ze?
De gehomologeerde ‘Plug&Play’ toestellen worden opgenomen in een Plug&Play lijst (extract van C10/26) die Synergrid up-to-date houdt op haar website:
https://www.synergrid.be/images/downloads/Synergrid_Plug-and-play_lijst-liste_NL-FR.pdf
OPGELET: het gaat doorgaans enkel om de ‘omvormers’ die zijn gehomologeerd, dit is het onderdeel van uw zonnepaneel of batterij dat de connectie maakt tussen het productiegedeelte van uw zonnepaneel of batterij en het stroomnet.
U moet dus controleren of het merk en de productreferentie van de omvormer (of van het geheel waarin hij ingebouwd is) in de overzichtslijst Plug&Play C10/26 voorkomt. Indien niet, mag u het toestel niet plaatsen en inpluggen.
-
07. Moet ik mijn binneninstallatie laten herkeuren na het aansluiten van een Plug&Play toestel?
- Volgens het AREI (het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) worden de toestellen als een product beschouwd. Ze maken dus geen deel uit van uw (vaste) elektrische installatie. U hoeft ze dus niet te laten keuren.
- Mocht u toch aanpassingen laten doen aan uw elektrische installatie om zo’n ‘Plug&Play’ toestel te installeren dan volgt mogelijk de keuringsplicht volgens het AREI.
-
08. Heb ik een installateur nodig voor mijn ‘Plug&Play’ zonnepaneel?
- Draagt uw ‘Plug&Play’ toestel het CE-merk en is het gehomologeerd? Dan kunt u het zelf in gebruik nemen.
- Mochten er twijfels zijn over de veilige samenwerking met uw elektrische binnen- installatie? Raadpleeg dan best een installateur of elektricien.
-
09. Heb ik een installateur nodig voor mijn ‘Plug&Play’ batterij?
- Indien u een ‘Plug&Play’ batterij heeft, al of niet gecombineerd met een zonnepaneel, en indien deze elektriciteit kan injecteren op het distributienet, dan mag u met de toestellen samen niet meer injecteren dan wat uw zonnepaneel kan injecteren op het distributienet.
- Om dat te garanderen moet u volgens de huidige voorschriften een vermogensbeheerssysteem (EMS, HEMS, …) voorzien dat een meting nodig heeft op het toegangspunt. De meting gebeurt :
- Ofwel via de P1 poort van de digitale meter van de netbeheerder. Dit kan u doorgaans zelf via een “dongle”;
- Ofwel met de zogenaamde ‘EnFluRi-sensor’, die moet worden voorzien bij de hoofdmeter in de zekeringskast. Daarvoor kunt u een installateur raadplegen.
- Die “dongle” of EnFluRi-sensor communiceert met de batterij die een automatische vermogensregeling moet bevatten.
- In de lijst met gehomologeerde toestellen is voor Plug&Play’ batterijen altijd een combinatie van een batterij met een EnFluRi-sensor en/of mogelijkheid tot meting via de P1 poort opgenomen. Beiden (omvormer + meetsysteem) worden samen gehomologeerd door Synergrid.
-
10. Mag ik Plug&Play toestellen aansluiten op de P1-poort van mijn digitale meter?
Vanaf 15 oktober 2025 kan de P1-poort van de digitale meter gebruikt worden als volwaardig alternatief voor de EnFluRi sensor voor de aansturing van je stekkerbatterij (“Plug&Play batterij”). Hierdoor wordt het mogelijk om stekkerbatterijen eenvoudig en zonder extra hardware aan te sluiten via een Plug&Play principe. Let wel: het aangesloten toestel moet steeds gehomologeerd zijn en dus op de lijst C10/26 staan.
-
11. Moet ik ‘Plug&Play’ toestellen aanmelden bij de distributienetbeheerder?
Vlaanderen:
- Een aanmelding is verplicht als:
- men een terugleververgoeding wenst voor zonne-energie die men op het distributienet zet, tenzij er reeds een vaste zonnepanelen-installatie opgesteld staat.
- als er nog geen digitale meter aanwezig is. De aanmelding moet gebeuren binnen de 30 dagen.
- het gecombineerde omvormervermogen (zie Q&A 6) groter dan of gelijk is aan 800 W. De aanmelding moet gebeuren binnen de 30 dagen.
- Er is geen aanmelding verplicht als:
- de ‘Plug&Play’ toestellen een gecombineerd omvormervermogen hebben van minder dan 800 W als er al een digitale meter opgesteld is in uw woonst.
- OPGELET: in dit geval krijgt u geen terugleververgoeding voor teruggeleverde zonne-energie, tenzij:
- er al een vast opgestelde zonnepanelen installatie aanwezig is waarvoor u een terugleveringscontract hebt afgesloten.
- u toch uw ‘Plug&Play’ toestel(len) aanmeldt.
Wallonië & Brussel:
- Elk ‘Plug&Play’ toestel moet worden aangemeld bij de distributienetbeheerder.
- Een aanmelding is verplicht als:
-
12. Hoe moet ik ‘Plug&Play’ toestellen aanmelden bij de distributienetbeheerder?
Vlaanderen:
Fluvius: u meldt de toestellen aan via ‘Mijn Fluvius’. De aanmeldingsprocedure is afhankelijk van het soort toestel (zonnepaneel, batterij/opslagsysteem).
Wallonië:
- Ores: aanmelding via ‘Nouvelle production d’énergie - déclaration’
- Resa: aanmelding via ‘Installer une production décentralisée <= 10kVA - notification’
- AIEG : aanmelding via ‘Procédure de notification’
- AIESH: aanmelding via ‘Formulaire de notification’
- REW: aanmelding via ‘Installation “plug-and -play”’
Brussel:
Sibelga: u meldt de toestellen aan via ‘Melding zonnepanelen’ en ‘Melding batterij’
-
13. Zijn er andere zaken waarop ik moet letten bij de aanschaf van ‘Plug&Play’ toestellen?
- Raadpleeg bij twijfel een installateur om te bekijken of de stroomkring van het stopcontact waarin u het toestel plugt, de belasting aankan en of het veilig is om uw toestel te gebruiken. Gebruik geen verlengkabel voor ‘Plug&Play’ toestellen maar plug ze rechtstreeks in een vast stopcontact.
- Raadpleeg uw Vereniging van Mede-Eigenaren (VME, voor appartementsgebouwen), stad of gemeente om te bekijken of er extra regelgeving geldt. In sommige gevallen kan het zijn dat zij beperkingen opleggen voor het gebruik van ‘Plug&Play’ toestellen.
- Volg de installatie- en veiligheidsinstructies van de leverancier of fabrikant van de ‘Plug&Play’ toestellen.
- Zie ook Nieuwsbrief met aandachtpunten voor de gebruikers.
-
14. Is er een beperking van het vermogen van ‘Plug&Play’ toestellen
- In principe wordt het vermogen van Plug&Play toestellen vandaag beperkt tot 2.600 W, gezien ze op een stroomkring in de woonst kunnen worden aangesloten (cf. Algemeen Reglement op Elektrische Installaties (AREI)).
OPGELET: in de Gewesten wordt vandaag reeds door verschillende instanties aangeraden om het gecombineerd omvormervermogen van ‘Plug&Play’ toestellen te beperken tot 600 W à 800 W uit veiligheidsoverwegingen.
De kans bestaat trouwens dat dergelijk vermogen zal worden opgelegd door de overheid.

















